De bewogen geschiedenis van landgoed De Eversberg

Algemeen

Voorplein en allee gezien vanuit het huis Eversberg. Aquarel door Nicolaas van Taack Tra Kranen (1819-1890). Collectie RKD Den Haag.

Jan Lohuis schreef het standaardwerk ‘De opkomst en ondergang van landgoed De Eversberg’, dat bij voldoende voorinschrijvingen in november van dit jaar zal verschijnen. Voorafgaand hieraan maakte Dinand Webbink speciaal voor ‘De Week van Hellendoorn en Nijverdal’ een korte samenvatting van de lange en bewogen geschiedenis van de havezate en haar bewoners.

De Eversberg wordt eind veertiende eeuw voor het eerst genoemd. Het gaat dan om een boerderijtje gelegen op de oostelijke oever van de Regge, iets ten noorden van de latere weg van Zwolle naar Almelo.
Rond 1600, midden in de Tachtigjarige Oorlog, laat Adam van Heerdt er een imposant huis bouwen. Hiermee doet de eerste Van Heerdt zijn intrede op Eversberg. De familie zou tot in de twintigste eeuw verbonden blijven met de havezate. Want inmiddels was de boerderij door Adam van Heerdt tot een heus kasteel verbouwd, met stallen, een toegangspoort en omringd door een gracht.
De familie Van Heerdt leidt een tamelijk rustig bestaan op het fraai gelegen Eversberg en breidt het landgoed gestaag uit. In de loop der eeuwen zijn er veel pachtboerderijen aan verbonden, alsmede een jeneverstokerij. Eind achttiende eeuw laat Thimon Cornelis van Heerdt van zich horen. Hij is kamerheer en opperstalmeester van stadhouder Willem V. Samen met hem vlucht hij in 1795 voor de Fransen.
Als de Oranjes in 1813 opnieuw aan de macht zijn, helpt Thimon met het ontwerpen van de grondwet. Bovendien speelt hij een paar jaar later een belangrijke rol bij het arrangeren van het huwelijk tussen prins Willem II en de dochter van de Russische tsaar, Anna Paulowna. Overigens is Thimons eigen huwelijksleven nogal problematisch, dat van de latere koning Willem II is dat al evenzeer.

Onder curatele
Een kleinzoon van Thimon is minder succesvol, maar wel kleurrijk. Deze Timon (zonder h) verblijft vaak in het buitenland, omringd door mooie dames. Weliswaar laat hij het huis Eversberg fraai restaureren, maar ondertussen jaagt hij het hele fortuin erdoor. Timon krijgt een relatie met zijn veel jongere nicht Louisa Emma Gevers Leuven, die bovendien zwanger van hem is. Het is niet verwonderlijk dat zijn vrouw van hem wil scheiden en zijn familie hem onder curatele laat stellen.
De familie Van Heerdt kan het onderhoud van Eversberg niet meer opbrengen. In 1867 komt de fraaie havezate in handen van textielbaron Tobias ten Cate, die het herenhuis een jaar later al weer doorverkoopt aan Nicolaas Tra Kranen. Deze Nicolaas, die zich later Van Taack Tra Kranen mocht noemen, was onder meer minister en president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.
Bovendien was hij een enthousiast tekenaar. Aan hem danken we drie kleurrijke aquarellen van Eversberg. Onlangs ontdekte ik in de collectie van het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis nog een vierde tekening, waarop het huis van de zijkant is afgebeeld. Het valt op dat achter het imposante voorhuis een veel eenvoudiger aanbouw staat.
In 1933 wordt het dan grotendeels gesloopte Eversberg weer te koop aangeboden. Eigenaar wordt Emile van Heerdt tot Eversberg. Na 65 jaar afwezigheid is de familie Van Heerdt weer thuis. Op de fundamenten van het oude kasteel verrijst een nieuw landhuis. Het lot is Eversberg echter niet gunstig gezind. In 1943 woedt er een hevige brand die de villa in as legt. Alleen de nagenoeg onverwoestbare fundamenten van het oude kasteel overleeft het inferno. De meer dan vier eeuwen oude gewelvenkelder biedt nu onderdak aan vleermuizen.

Standaardwerk
Jan Lohuis schreef het standaardwerk ‘De opkomst en ondergang van landgoed De Eversberg’. In dit boek wordt niet alleen uitgebreid aandacht besteed aan de eigenaren van de havezate, maar ook aan alle pachtboerderijen en hun bewoners. Het boek van bijna 600 pagina’s zal in november verschijnen als er voldoende voorinschrijvingen zijn. Teken daarom in en bespaar €7,50.
Het boek kost bij voorintekening €37,50, na de presentatie is dat €45,--. Inschrijfformulieren zijn verkrijgbaar bij de boekhandels en bibliotheken in Hellendoorn, Nijverdal, Wierden en Rijssen. Of stuur een e-mail naar uutgeverieje.boaken@gmail.com.

Thomas Ainsworth, stichter van Nijverdal
In 1835 betrekt een Engelsman de dan leegstaande havezate Eversberg. Al een paar jaar eerder belandt de reizende ingenieur Thomas Ainsworth na wat omzwervingen in Twente. Hij adviseert de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) om de snelspoel te introduceren en zo de productie van geweven stoffen te verhogen. Door de afscheiding van België in 1831 gaat de Vlaamse textielindustrie voor Nederland verloren en is de NHM naarstig op zoek naar nieuwe productiegebieden.
Ainsworth wijst op de kruising van de Regge met de nieuwe weg tussen Zwolle en Almelo. Een uitgelezen plek voor de vestiging van een magazijn, een ‘factorij’. Hier kan het textiel uit Twente ingezameld worden en verder getransporteerd, over water of over de weg. De handelsmaatschappij vestigt zich aanvankelijk in de leegstaande havezate, nog voordat ze besluit om aan de overkant van de Regge een magazijn te vestigen.
Eversberg is hierdoor nauw betrokken bij de stichting van het latere dorp. Wanneer het magazijn in 1836 gebouwd is en Ainsworth er een modelfabriek heeft ingericht, moet het complex een naam hebben. Na Houvendaal (naar de toenmalige president van de NHM) en Nijverheidsoord naar de prullenbak te hebben verwezen, bedenkt directeur Willem de Clercq de naam Nijverdal.
De Engelse ingenieur woont dan nog steeds op Eversberg, vergezeld van zijn huishoudster. Zijn vrouw vindt een verblijf ‘in the middle of nowhere’ maar niets. Zij blijft liever in het mondaine Brussel. De Brit wordt geroemd om zijn technisch vernuft, maar zakelijk gaat het hem niet voor de wind. Zijn modelweverij lijdt een noodlijdend bestaan. Thomas Ainsworth, de stichter van Nijverdal, overlijdt in 1841 heel plotseling en in alle eenzaamheid aan ‘eene bloedstorting’.